Erik De Bom

Blog

Een triple A voor Sociaal Europa?

[Eerder verschenen op tijd.be, op 12 juni 2015]

Zelfs minimumstandaarden afdwingen in Europa rond bijvoorbeeld minimum werkloosheidstegemoetkoming, minimumlonen waarborgen en de toegang tot kinderopvang en basisgezondsheidszorg verzekeren, wordt een titanenwerk voor Commissaris Marianne Thyssen. Maar stel dat ze slaagt, ook dan zullen gevoelige politieke beslissingen moeten worden genomen, omdat herverdeling op Europese schaal onvermijdelijk is. Een herverdeling die men tot nog toe angstvallig vermijdt. Want om bepaalde minimumstandaarden te bereiken zullen sommige landen extra steun nodig hebben.

Dinsdag beraadslaagde de Europese Commissie over initiatieven om het Europees sociaal beleid te versterken. Het overleg was verre van onbelangrijk, want het moet het werkprogramma van de Commissie bepalen tot het einde van haar mandaat. Reden te meer om deze ontwikkelingen met grote belangstelling te volgen.

De doelstelling is ook niet mis: Eurocommissaris Marianne Thyssen, die bevoegd is voor werkgelegenheid, sociale zaken, vaardigheden en arbeidsmobiliteit, wil alle bestaande middelen inzetten om een triple A beoordeling te krijgen voor een sociaal Europa.

Is dit het begin van de uitbouw van een grote Europese welvaartsstaat? Neen, geenszins. De Commissie is er zich maar al te goed van bewust dat dit noch wenselijk noch haalbaar is. Wat ze wil doen, is minimumstandaarden voorop stellen voor de lidstaten. Die zouden alle 28 een minimum werkloosheidstegemoetkoming moeten voorzien, minimumlonen waarborgen, en toegang tot kinderopvang en basisgezondsheidszorg verzekeren. Hoe de lidstaten die doelstellingen halen, is aan hen. En willen ze meer, dan zijn ze uiteraard vrij om dat te doen. Maar zelfs minimumstandaarden afdwingen wordt een titanenwerk voor Marianne Thyssen.

Beperkte slagkracht

Veel middelen heeft de Commissie niet om werk te maken van een Sociale Unie. Sociaal beleid is altijd (en wordt nog steeds) gezien als een haast exclusieve bevoegdheid van de lidstaten. Europa zou zorgen voor economische groei en welvaart, terwijl de lidstaten zelf zouden bepalen hoe ze de extra middelen van die groei zouden aanwenden voor een versterkt sociaal beleid. Dat verklaart waarom de slagkracht van de EU op dit domein zo beperkt is. En dat blijkt ook uit de voorstellen van de Commissie – hoe lovenswaardig die op zich ook mogen zijn: betere coördinatie van het beleid, nauwere betrekking van de sociale partners en een modernisering van de arbeids- en sociale wetgeving.

Afgezien van de flinke knauw die het geloof in een toenemende Europese welvaart heeft gekregen als gevolg van de financieel-economische crisis, kunnen de lidstaten alleen sowieso niet instaan voor de sociale bescherming van hun burgers. Een Europa zonder grenzen waarbinnen tal van lidstaten hun lot nog inniger aan elkaar hebben verbonden door een muntunie te vormen heeft de soevereiniteit van de lidstaten ook op sociaal beleid aan banden gelegd. Om te kunnen overleven zijn ze dus aangewezen op de EU, hoe weigerachtig ze ook zijn om nog meer bevoegdheden naar Brussel over te hevelen.

Regulerend?

Maar laten we er even vanuit gaan dat mevrouw Thyssen louter en alleen op basis van regulerend beleid een sociale opwaartse convergentie kan realiseren door een aantal minimumstandaarden ingang te doen vinden. Ook in dit geval zullen gevoelige politieke beslissingen moeten worden genomen, omdat herverdeling op Europese schaal onvermijdelijk is. Een herverdeling die men tot nog toe angstvallig vermijdt. Want om bepaalde minimumstandaarden te bereiken – ook al zijn die direct gekoppeld aan de nationale context van elke lidstaat afzonderlijk – zullen sommige landen extra steun nodig hebben.

Zoals door onder meer Frank Vandenbroucke is aangetoond, zijn het vooral de armere lidstaten die de grootste inspanningen moeten leveren om nationale herverdeling te realiseren. Zij zullen hogere belastingen moeten innen om de minimum standaarden te halen. Belastingen die op de schouders zullen terechtkomen van burgers die het in vergelijking met medeburgers uit welvarender lidstaten sowieso zelf al een pak minder goed hebben. Zelfs als een aangepast economisch steunbeleid toelaat dat armere landen een ‘inhaalbeweging’ kunnen maken, zal nog steeds die o zo gevoelige herverdeling tussen rijkere en armere lidstaten nodig zijn om werkelijk soelaas te brengen.

Lidstaten of burgers

Om een triple A sociaal Europa uit te bouwen zal de Commissie het thema van herverdeling niet uit de weg kunnen gaan. En dan rest natuurlijk nog de vraag hoe we die herverdeling zullen organiseren op Europees niveau. Gaat het om transfers tussen lidstaten die naar eigen goeddunken de verworven fondsen kunnen inzetten? Of is het een rechtstreekse herverdeling tussen burgers? Of een combinatie van beide? Zeer moeilijke kwesties die veel debat zullen vergen.

Toch is zo’n sociaal Europa broodnodig: niet alleen vanuit moreel oogpunt, maar ook gewoon praktisch om de EU zelf in stand te houden. Maar vooraleer het sociaal beleid op gelijke hoogte als het economische beleid zal staan, zoals Eurocommissaris en vice-voorzitter Valdis Dombrovskis wil, zal er nog veel water naar de zee vloeien. Ook voor de invoering van minimumstandaarden.

Erik De Bom