Erik De Bom

Blog

Geen nationale solidariteit zonder Europese solidariteit.

[Eerder verschenen op tijd.be, op 6 november 2014]

Een Europese solidariteit organiseren lijkt bij voorbaat tot mislukken gedoemd, omdat verschillende politieke partijen dat Europese niveau net willen uitkleden. Een genereus herverdelingsbeleid echter kan niet voorbij een sterke EU, die niet in de plaats treedt van de lidstaten maar een aantal sociale minimumvoorwaarden vooropstelt.

Recent onderzoek van Mark Elchardus en Petrus te Baak toont aan dat de liefde van de Belgische jongeren voor Europa sterk is bekoeld (De Tijd, 31 oktober). Zo verwept 62 % van hen het vrij verkeer van personen, wil één op de vijf de frank weer invoeren en bepleit de helft een overheveling van bevoegdheden van Europa naar de nationale lidstaten. Toch rekent 54% van de jongvolwassenen op de EU om hun persoonlijke levensdoelen te realiseren - wat niet zoveel minder is dan de 67% die een beetje tot sterk kijkt naar de nationale overheid voor steun. Zo ontstaat een merkwaardige paradox. Men gaat er kennelijk van uit dat de grootst mogelijke vorm van solidariteit alleen binnen de natiestaat kan worden gerealiseerd, terwijl men toch uitkijkt naar Europese steun. Toch zal de meest genereuze herverdeling alleen mogelijk zijn als men werk maakt van een sociaal Europa.

Natiestaat

De reden dat herverdeling maximaal op het niveau van de natiestaat kan worden gerealiseerd, is dat volgens sommigen binnen de natie de bevolkingsgroep homogener is, en dus sterker geneigd tot onderlinge identificatie. Dat vergroot de kans op een solide consensus over de aard en omvang van de solidareit. Anders geformuleerd: de solidariteit is des te doeltreffender en legitiemer, als ze berust op een grotere autonomie.

Toch loopt deze redenering mank. Vooreerst dreigt het gevaar van een steeds verdere schaalverkleining. Want waarom zou het niveau van de natiestaat als grootst mogelijke herverdelingsniveau in stand worden gehouden, als de homogeniteit van de bevolking en de onderlinge identificatie sterker zijn op regionaal of provinciaal niveau?

Ten tweede zal een grotere autonomie op het gebied van solidariteit en herverdeling ook een fiscale competitie met zich meebrengen. Dat men zelf belastingen mag heffen, zal onvermijdelijk leiden tot een ‘race to the bottom’: landen zullen rijken proberen te lokken door hun belastingvoet lager te leggen dan die van hun buurlanden. Maar als de belastingen zo laag mogelijk worden, worden de uitkeringen ook steeds bescheidener en de interne solidariteit dus steeds poverder.

Transnationaal

Waarom zou men niet aan schaalvergroting doen en een Europese solidariteit organiseren? Dat project lijkt bij voorbaat tot mislukken gedoemd, omdat verschillende politieke partijen dat Europese niveau net willen uitkleden. De reden daarvoor is dat velen van hen aan ‘strategische niveaubepaling’ (de term is van de Leuvense filosoof Helder De Schutter) doen: ze kiezen voor een bepaald beleidsniveau (het nationale) niet op basis van een ideologie, maar de kans dat die ideologie wordt uitgevoerd.

Zo kiezen tal van linkse politici vóór de natiestaat in de overtuiging dat de Europese kiezer eerder rechts is en de natiestaat dus de beste garantie biedt op een links beleid. Dat is een betreurenswaardige houding. Het is niet omdat de EU niet voldoet aan onze verwachtingen dat we ze simpelweg moeten opdoeken. Het gevoerde beleid mag geen reden zijn om de EU te verwerpen, maar moet juist een prikkel zijn om de EU te hervormen.

Als we een beroep willen doen op de overheid - welke dat ook is - om onze persoonlijke levensdoelen mee te realiseren, kunnen we niet anders dan te kiezen voor de uitbouw van een ambitieuze, sociale Unie. Zo was een van de bevindingen van het rapport van Elchardus en Te Baak dat jongeren de migratie wilden controleren door de grenzen opnieuw strenger te bewaken. Maar door een grotere autonomie met een aanlokkelijker fiscaal beleid, wordt de aantrekkingskracht net groter. Om dat te verhelpen is er nood aan transnationale overdrachten, omdat die een stabiliserend effect hebben op migratie.

Verenigde Staten

Het volstaat te kijken naar de Verenigde Staten. Ook daar heb je net als in de EU het bestaan van de vier grote vrijheden - personen, kapitaal, goederen en diensten - waardoor de economische haalbaarheid van een genereus sociaal beleid op het niveau van de (lid)staten afneemt. Precies daarom is de interpersoonlijke herverdeling in de VS niet op statelijk, maar op federaal niveau geregeld.

Een genereus herverdelingsbeleid kan niet voorbij een sterke EU. Maar dat wil geenszins zeggen dat de EU in de plaats treedt van de lidstaten - een vaak gehoorde misvatting. Het doel van een sociale Unie is het kader te schetsen van een aantal minimumvoorwaarden. Maar daarbij is het aan de lidstaten zelf hoe ze die voorwaarden willen invullen. Anderzijds wil de uitbouw van een sterke sociale Unie het Europese niveau zelf inderdaad versterken, met de bedoeling een extra netwerk uit te bouwen dat een complement wil zijn bij de nationale programma’s.

De grote paradox is dat die complementaire Europese sociale unie in theorie zonder de lidstaten kan, maar dat de nationale solidariteit niet in stand kan worden gehouden zonder een sterke Europese solidariteit.

Erik De Bom