Erik De Bom

Over

Lectuur. Passie. Engagement.  

erikdebom_5714_koenbroos.jpg
 
Door zijn heldere benaderingen van Europese figuren als Pico della Mirandola, Juan Luis Vives en Justus Lipsius ontsluit Erik De Bom niet alleen de denkwereld van de renaissance, maar stimuleert hij ook onze reflectie over het Europa van vandaag. Zijn verkenningen situeren zich op het raakvlak van humanistiek en politieke filosofie, en verrassen.

— Patrick Lateur

 
Het is een verademing in deze rumoerige en jachtige tijden de fundamenten van het denken over de polis op een degelijke en rustige manier behandeld te zien.

—  Luc Devoldere

 
Erik De Bom bekijkt Europese politieke vraagstukken door de bril van de politieke theorie. Hij komt tot verrassende inzichten en geeft meer diepgang aan de grote Europadebatten van vandaag

— Hendrik vos

 

Over Erik De Bom

Tijdens mijn middelbare schooljaren verloor ik mijn hart aan de klassieke oudheid. Het was dan ook een evidentie voor me om Latijn en Grieks te gaan studeren aan de Universiteit van Leuven. Daar leerde ik de wondere wereld kennen van de Neolatijnse letteren, dat zijn alle teksten die in het Latijn geschreven zijn vanaf Petrarca tot vandaag. Ik had het geluk om een doctoraat te mogen schrijven binnen het domein van de Neolatijnse Studies aan het befaamde Seminarium Philologiae Humanisticae. Het werd een verhandeling over de politieke ideeën van de humanist Justus Lipsius en hun voortleven in de vroegmoderne tijd.

Politieke ideeën werden mijn ding - die van vroeger en vandaag. Daarop besloot ik nog politieke wetenschappen en filosofie te gaan studeren. Er viel zo veel te ontdekken op het gebied van politieke filosofie en de Europese Unie. Maar het viel me al snel op dat nog maar zeer weinig auteurs de brug sloegen tussen die twee. Dat zou een nieuw stokpaardje van me worden, vooral dan de ontwikkeling van een opvatting van Europese sociale rechtvaardigheid.

Gedurende enkele jaren kon ik me professioneel uitleven op die onderwerpen. Ik verrichtte postdoctoraal onderzoek aan de KU Leuven binnen de interfacultaire centra LECTIO (Leuvens Centrum voor de Studie van de Transmissie van Teksten en Ideeën in Oudheid, Middeleeuwen en Renaissance) en GGS (Leuvens Centrum voor Global Governance Studies) en was ook even verbonden aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde. Daarnaast nam ik een actieve rol op als docent en promotor van masterproeven binnen de internationale Master of European Studies. Gaandeweg ging ik me bestempelen als intellectueel historicus en politiek theoreticus. Als intellectueel historicus concentreerde ik me op de ontwikkeling van (politieke) ideeën, terwijl ik als politiek theoreticus antwoorden probeerde te formuleren op normatieve vraagstukken zonder de realiteit daarbij uit het oog te verliezen. En bovenal: ik streefde er ook naar beide benaderingen samen te brengen.

Binnen de geschiedenis van het politieke denken focuste ik vooral op de zestiende en zeventiende eeuw. In hoofdzaak bestudeerde ik de tradities van het humanisme en de laat-scholastiek met bijzondere aandacht voor de wisselwerking tussen deze tradities. Steeds weerkerende thema's die aan bod kwamen (en die me nog steeds bezighouden), zijn de grondslagen van de staat (wat maakt een staat tot een staat?), kwesties van soevereiniteit, het beeld van de goede vorst, de relatie tussen instellingen en politieke moraliteit, en vroegmoderne theorieën over migratie. Zowel bekende als minder bekende auteurs passeerden daarbij de revue met onder meer Desiderius Erasmus, Thomas More, Juan Louis Vives, Niccolò Machiavelli, Justus Lipsius, Carolus Scribani, Nicolaus Vernulaeus, Francisco de Vitoria, Domingo de Soto, Fernando Vázquez, Leonardus Lessius, Hugo Grotius en Thomas Hobbes.

Als politiek theoreticus hield ik me bezig met de normatieve grondslagen van de Europese Unie en dan vooral, zoals gezegd, opvattingen van sociale rechtvaardigheid binnen de EU. Is een eigen opvatting van Europese sociale rechtvaardigheid wel mogelijk? Hoe kunnen we die het best vorm geven? Hoe ver moet die Europese rechtvaardigheid reiken? In diezelfde context ging ik daarnaast ook in op kwesties van soevereiniteit, federalisme, grenzen en migratie. 

Intussen publiceerde ik al zes boeken, tal van artikels en bijdragen in nationale en internationale tijdschriften en boeken en gaf ik verschillende lezingen in binnen- en buitenland. Tijdens mijn jaren aan de universiteit gaf ik les aan studenten, in grote en kleine groepen, uit verschillende richtingen en begeleidde ik meer dan vijftig bachelor- en masterproeven.

Een van mijn belangrijkste aandachtspunten was altijd mijn wetenschappelijk werk toegankelijk te maken voor een breder publiek. In die zin blijf ik ook bijzonder dankbaar en trots dat ik mee kon werken als curator van de tentoonstelling Utopia & More. Thomas More, de Nederlanden en de utopische traditie in de Universiteitsbibliotheek van Leuven. Ze lokte meer dan 16.000 bezoekers!

Overdag heb ik nu op professioneel vlak andere bezigheden. Maar in bescheiden mate blijf ik me tijdens mijn vrije uren nog altijd met intellectuele geschiedenis en politieke theorie bezighouden. De resultaten daarvan vindt u (onder meer) op deze site. Ook blijf ik me inzetten als boekenredacteur van Kleio. Tijdschrift Oude Talen en Antieke Cultuur, als redactielid van de boekenreeks Routledge Studies in Renaissance and Early Modern Worlds of Knowledge, als docent van de Davidsfonds Academie en als bestuurslid van de alumni-vereniging Classici Lovanienses en van Classica Vlaanderen, de overkoepelende vereniging van organisaties en instellingen in Vlaanderen die zich bezighouden met (onderwijs van) Latijn en Grieks en de Grieks-Romeinse cultuur.